Omdat appelbomen al zolang
deel uitmaken van ons bestaan, zijn er in de loop van de eeuwen een aantal
gebruiken in zwang geraakt. Sommigen daarvan worden tot op de dag van vandaag
nog uitgevoerd. Hieronder een aantal van deze gebruiken:
Zuid-Nederlandse volksgebruiken
‘Wassailing’
(= Een heildronk uitbrengen)
‘Wassailing
the Apple Trees’ (of ‘Apple Howling’)
De
grote ‘Mondard’
Escouvion/Scouvion
Maori’s
Zuid
Slavonie
Kara-
Kirghizië
Zweden
en Afrika
Fiji-eilanden
en Borneo
Zwitserland
![]()
·
Om een appelboom
veel vruchten te doen dragen, wordt de stam in kerstnacht of op nieuwjaar te
middernacht geslagen of op paasavond gedurende het gloria-zingen geschud. Een
soortgelijk gebruik bestaat ook in Groot Brittanië (zie wassailing the apple trees/apple
howling) .
·
Het eerste
badwater van een zuigeling wordt aan de voet van een appelboom gegoten opdat
het kind blozende wangen zou krijgen.
·
Wie op Witte
Donderdag, Goede vrijdag, Pasen of Sinksen (Pinksteren) nuchter een rauwe appel
eet krijgt het hele jaar geen koorts of tandpijn
‘Wassailing’
(= Een heildronk uitbrengen)
(24 December – 6 januari)
In een paar plaatsen in Groot Brittanië wordt dit
vrolijke Kerstgebruik, nog in ere gehouden. ‘Waes Heil’ was een populaire
Angelsaksische heildronk. Letterlijk vertaald betekend Waes Heil “Wees
heel”, “Wees gezond” (meer populair, “Proost”). De essentie van het gebruik is
gezamenlijk drinken en heildronk uitbrengen met een grote ‘wassail bowl’,
gemaakt van het hout van een es of esdoorn. Deze kom, rijkelijk versierd met
linten, ging rond in huiselijke kring maar werd ook van huis tot huis gedragen
door zogenaamde ‘wassailers’ die de kom vulden (of lieten vullen) met een
brouwsel van warm bier, nootmuskaat en suiker (zie recepten) . Daarbij werd dan toast en geroosterde wilde
appels gegeten. Het hing af van het plaatselijk gebruik of de wassailers
aan je deur stonden op Kerstavond, Nieuwjaarsnacht of Driekoningen, maar ze
kondigden zichzelf altijd aan met een ‘letting-in song’:
Here we come a-wassailing
Among the leaves so green
Here we come a-wassailing
So fair to be seen
Be here any maids? I suppose
there be some
Sure they will not let young
men stand on the cold stone
Sing hey all you maids, come
draw back the pin
For to let we jolly
wassailers in.
Bij de heildronk zelf werd
dan gezongen:
Good master and mistress,
here’s a health to you we give
And sing jolly wassail as
long as we live
And if we do live, ‘til
another New Year
Then perhaps we may call, and
see who do live here
Omdat de zangers vaak arm
volk waren, vroegen ze vaak een beloning
in de vorm van eten en drinken of geld:
Come butler come bring us a
bowl of the best
I hope your soul in Heaven do
rest
But if you do bring us a bowl
of the small
Then down fall butler, bowl
an all
Now neighbours and strangers
we always do find
And hope we shall be
courteous, obliging and kind
And hope your civility to us
will be proved
As a piece of small silver in
token of love.
‘Wassailing the Apple Trees’ (of ‘Apple Howling’)
(
Tot voor kort werd er
tijdens wassailing gedronken op de gezondheid van boerderijdieren,
bijenvolken en zelfs gewassen. In de
regionen waar veel cider gemaakt werd, in Zuid en en West Engeland, werden er
gedronken op de appelbomen en
appelgaarden. Vandaag de dag gebeurt dit af en toe nog in Somerset en Devon. Op
Driekoningen verzamelen de wassailers zich rond een oude boom die
symbool staat voor alle appelbomen en zingt men:
Old apple tree, we wassail
thee, and hoping thou wilt bear
For the Lord doth know where
we shall be, till apples come another year
To bear well and bloom well
so merry let u be
Let every man take off his
hat and shout to the old apple tree
Old apple tree, we wassail
thee, and hoping thou wilt bear
Hat-fulls, cap-fulls,
three-bushel bagfulls
And a little heap under the
stairs
Hip!
Hip! Hooray!
Jachtgeweren werden dan afgevuurd door de taken om de
boze geesten te verjagen en er werd gedronken op de gezondheid van de boom.
Warme cider met daarin toast ging rond in een emmer. Een gedeelte van dit
mengsel werd over de wortels van de boom gegoten en toast, gedrenkt in cider,
werd op de takken gelegd, ogenschijnlijk voor de vogels, maar misschien oorspronkelijk
voor een beschermheilige.
Een vergelijkbaar gebruik
vind plaats in West Sussex waarbij tijdens de ceremonie ook op hoorns wordt
geblazen. Daarbij wordt de boom ook geslagen (zie ook het Zuid-Nederlandse gebruik) om deze
vruchtbaar te maken. Daarbij werd dan gezongen:
Stand fast root, bear well top
God send us a good howling crop
Every twig, apples big! Every bough, apples enow!
Met als afsluiting een
kakofonisch gehuil “om hem wakker te maken”.
Een aantal geluidsopnamen
van moderne wassails zijn o.a. te beluisteren op www.hemyockcastle.co.uk/wassail.htm.
Klik hier voor de tekst en
noten van een lied dat gezongen werd in Gower. Zoeken via Google plaatjes met
trefwoord ‘wassail’ levert veel leuke foto’s op van de eigentijdse viering van
dit eeuwenoude gebruik. Op de The
Wassail Page, Apple Wassail Page en Apple Tree Wassailing is meer (Engelstalige) informatie te vinden
over deze gebruiken.
![]()
De grote ‘Mondard’
In Beauce, een district in
Orleans, maakt de bevolking op 24 of 25
april een man van stro, de grote mondard. De oude mondard is dood
en er moet een nieuwe gemaakt worden. In een processie wordt de man van stro
door het dorp gedragen en wordt uiteindelijk onder de oudste appelboom geplaatst. Hier blijft de pop staan totdat de
eerste appels worden geoogst. De pop wordt dan verbrand en in het water
gegooid. De pop kan ook worden verbrand waarna de as in het water wordt
gegooid. De persoon die de eerste appel van de boom plukt, volgt deze man van
stro op als “de grote mondard”. De pop van stro vertegenwoordigd in dit
gebruik de geest van de boom, die, dood in de winter, herleeft wanneer de
appelbloesem aan de takken verschijnen. De persoon die de eerste vrucht plukt
van de boom en die de titel “de grote mondard“ overneemt, wordt gezien
als de nieuwe vertegenwoordiger van de boomgeest.
Primitieve volken waren normaalgesproken huiverig om de
eerste vruchten van de boom te proeven ,voordat er een soort ceremonie had
plaatsgevonden. Ze geloofden dat de eerste vruchten toebehoorden aan de
boomgod of dat de boomgod in deze appels
huisde. Daarom werd de eerst mens/dier die het aandurfde de heilige eerste
vruchten te eten, gezien als de boomgod die zelf zijn vruchten tot zich nam in menselijke/dierlijke
vorm.
![]()
Escouvion/Scouvion
In heel Europa vonden
vreugdevuren plaats in het voorjaar / rond Vastentijd . Een voorbeeld hiervan
is het gebruik onder de naam Escouvion of Scouvion dat tot
ongeveer 1840 in de provincie Hainaut in acht werd genomen. Elk jaar, op de
eerste zondag in de vastentijd, genoemd “De dag van de kleine Scouvion”, renden
kinderen en jonge mensen met brandende fakkels door de tuinen en boomgaarden.
Al rennend schreeuwden zij zo hard mogelijk:
”Draag appels, draag peren, en kersen allemaal zwart
,
tot Scouvion!”
De fakkeldrager draaide zijn
brandende toorts in de rondte en slingerde deze tussen de takken van de appel-
,peren- en kersenbomen. De volgende zondagmiddag, “De dag van de grote Scouvion”,
werd deze race door de tuinen en boomgaarden met fakkels herhaald totdat de
duisternis viel.
![]()
Bomen worden nogal eens
geassocieerd met vruchtbaarheid. Zo schrijft de Tuhoe stam van de Maori’s bomen
de kracht toe vrouwen vruchtbaar te maken. De navelstrengen van hun pas geboren
kinderen werden aan de takken van heilige bomen gehangen tot vrij recente
datum. Onvruchtbare vrouwen moesten dan zo’n boom omarmen. Zij zouden dan
alsnog een kind krijgen; een jongetje wanneer zij de oostzijde van de boom
omarmden, door de westkant een meisje.
Een ander gebruik met de navelstreng was het begraven
ervan op een heilige plaats. De Maori’s plantten er een jong boompje boven. Wanneer
het boompje groeide, was dat een tohu oranga (teken van leven) voor het
kind: wanneer het bloeide, zou het goede gaan met het kind; als het verwelkte
en dood ging, voorspelde dat niet veel goeds voor het kind.
Zuid Slavonie
Onvruchtbare vrouwen uit
Zuid Slavonië die graag zwanger wilde worden, legden op de avond van St.
George’s Day een nieuw hemd onder een vruchtdragende boom. De volgende ochtend
bij zonsopgang onderzochten ze het hemd. Wanneer ze zagen dat er een levend wezentje
over heen had gekropen, hopten ze dat hun kinderwens binnen het jaar werd
vervuld. Ze trokken het hemd dan aan, zeker van hun zak dat zij zo vruchtbaar
waren als de boom waaronder het hemd de hele nacht had gelegen.
Kara- Kirghizië
Kara-Kirghizische vrouwen
die geen kinderen konden krijgen, rolden zichzelf op de grond heen en weer
onder vrij staande appelbomen om nageslacht te krijgen.
Zweden en Afrika
Naast de kracht om vrouwen
vruchtbaar te maken, bezaten bomen volgens de overleveringen ook de kracht om
de bevalling voorspoedig te laten verlopen. In sommige streken van Zweden
stonden altijd van dit soort ‘bescherm-bomen’ in de buurt van boerderijen.
Niemand mocht een blad van deze boom plukken, een verwonding aan deze boom
zorgde voor tegenspoed en ziekte. Zwangere vrouwen omarmden de boom in de hoop
dat de bevalling dan goed en snel zou verlopen.
In sommige streken van Congo maakten zwangere vrouwen
kledingstukken van het schors van heilige bomen. Deze bomen beschermden hen
tegen de gevaren van de zwangerschap.
Fiji-eilanden en Borneo
Op sommige delen van de
Fiji-eilanden werd de navelstreng van een pas geboren jongetje tezamen met een
kokosboom geplant. Het leven van het kind werd zo gekoppeld aan dat van de
boom. Bij de Dyaks van Landak en Tajan (Borneo) is het gebruikelijk een
vruchtboom te planten bij de geboorte van een kind. Het leven van het kind, zo
geloofden zij, was verbonden met dat van de boom. (zie ook maori gebruiken).
Zwitserland
In landen als Rusland,
Duitsland, Engeland, Italië en Frankrijk is het bij een aantal families nog
heel gebruikelijk een boom te planten bij de geboorte van een kind. De boom zal
gelijk met het kind opgroeien en wordt dan ook met liefde verzorgd. In het kanton
Aargau in Zwitserland is het nog een vrij algemeen gebruik om bij de geboorte
van een jongetje een appelboom te planten en bij de geboorte van een meisje een
perenboom. Het zal het kind hetzelfde vergaan als de boom.
![]()
Appelbijten is te
vergelijken met het koekhappen van nu: aan een touw hangt een appel op
manshoogte. Men moet er in bijten zonder zijn handen te gebruiken. Soms is het
touw aan een kom water of zand verbonden. Bij heftige bewegingen krijgt men het
water of zand op het hoofd.
![]()